Breaking point

“Gaat het wel goed met oe?”
Voor me staat de blonde bouwman in beige overal met zijn handen geklemd om zijn gereedschapgordel. Felblauwe ogen kijken blijkbaar dwars door mij heen. Ik kwam even daarvoor van de huisarts vandaan en was daar inderdaad overvallen door een ingehouden stortvloed waterlanders. Ik kijk hem aan en knik dat het wel gaat, alhoewel ik in zijn ogen kan zien dan hij weet dat ik lieg. Ik breng het gesprek gauw op iets anders en de bouwman vraagt niet verder.


Hoewel de aanbouw spoedig verloopt en alles mee lijkt te zitten, zijn er andere dingen die me hoofdzorgen geven. Dat heb ik vaker, maar dit was een geval dat ik tot op heden nog niet weet te plaatsen en me van mijn nachtrust beroofde.

Tijdens de schaftpauze steekt de blonde bouwman zijn hoofd weer tussen een spleet in het plastic zeil dat het bouwstof moet tegenhouden. Hij loopt hier nu al twee weken en in die tijd bouwde ik toch een soort band met hem op. Uit een eerder gesprek vertelde hij dat hij ook gescheiden is. Maar dat het tegen zijn zin was, want dat je er altijd wel uit kan komen. Ik was het daar niet echt mee eens, maar dat was niet erg; het was mooi elkaars overtuigingen te horen. De zijne waren nogal gebaseerd op principes van de SGP, de mijne waren een stuk liberaler.

“Zeg, ik wou de gij zeggen dat wij hier allemaal in de keet vinden dat oe een geldige reden had om uit elkaar te gaan hur, en wij vinden het allemaal heel dapper dat oe dit zo alles in uw eentje doet, de verbouwing enzo”.
Ik weet niet precies waarom hij erop terug kwam. Misschien dacht de bouwman dat het alleen-zijn me wat teveel werd, wat soms inderdaad best lastig is, als je altijd alles zelf moet regelen. Mijn huis is half afgebroken, maar alles gaat door. Mijn werk, de kinderen die onverminderd aandacht vragen, en het huishouden in een bende vol stof. Niet eerder was manloos overleven zo treffend als nu.

Die avond schuif ik aan tafel bij mijn ouders omdat ik tijdelijk geen keuken heb. Ik vertelde dat ik het zo van mezelf vind tegenvallen dat ik me niet over mijn kopzorgen heen kon zetten. Maar terwijl ik dat zei, wist ik het antwoord van mijn moeder eigenlijk al. Ze antwoordt het eigenlijk altijd en hoewel ik er niet op zit te wachten, is het wel een antwoord dat altijd relativeert en me weer op de grond zet:

Tja, wees blij dat je niet in een wachtkamer voor een chemo zit




“Thank you” Alanis Morrisette

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s