Depressie begrijpen

pink kopie

This one is for you

Een tijdje terug, wierp een jonge vrouw zich in ons dorp van acht hoog. ‘Ongelofelijk’, waren de reacties en ‘waarom doet ze zoiets, wetende wat voor ellende ze achterlaat’. Ik snapte haar actie ook niet. En ik was blij dat ik het niet snapte, want als je zoiets snapt, ben je waarschijnlijk zelf óók zo wanhopig. Of verdrietig.

Maar ooit, begreep ik haar wel zo ongeveer.

Hoe dat precies kwam, weet ik nog steeds niet. Ik was begin twintig en voelde me van de één op andere dag steeds somberder. Misschien kwam het door de verkeerde studiekeuzes, het foute vriendje of het constante gevoel niet goed genoeg te zijn. Maar het kan ook een disfunctioneren van mijn hormoonstelsel zijn geweest. Waarschijnlijk iets erfelijks.

Na verloop van tijd werd ik zo somber, dat ik niet meer van mijn bed af kon komen. Ik probeerde het wel, maar als ik eenmaal op de rand van het bed zat, werd ik zo moe en intens verdrietig, dat ik als vanzelf omviel. Soms viel ik de verkeerde kant op, waardoor ik maar bleef liggen, totdat het echt te koud werd, en ik wel moest omdraaien.

Het leek alsof de depressie een prop in mijn keel had gestopt en me al mijn eetlust had ontnomen. Binnen drie weken tijd, was ik twaalf kilo kwijt en woog ik 47 kilo. Slapen ging ook lastig, want in de nacht voelde ik me beter. Omdat ik toch niet kon slapen, ging ik mijn knuffelbeest Pink Panther natekenen, in talloze poses. Op de een of andere manier voelde ik me verbonden met hem. En nu, als ik die tekeningen nog eens goed bekijk, snap ik waarom; hij reflecteerde exact hoe ik me voelde, als ik kijk naar de stand van zijn ogen; leeg en uitzichtloos.

Want het voelde uitzichtloos. Ik had niet zozeer concrete neigingen om me iets aan te doen, maar ik verlangde sterk naar een plek waar ik niet kon voelen, wat ik op dat moment voelde. Want dat gevoel was ondraaglijk en blokkeerde elke lust in wat dan ook. Men vraagt zich wel eens af wat de zin van het leven is, maar enig zin hebben in leven bleek wel het minste om me ook maar iets zinnigs af te vragen. Ik vroeg me niets af. Ik dacht niet eens meer, ik was alleen maar bezig met overleven.

Mensen die langskwamen zeiden: “Tel je zegeningen” of: “Joh, je zit niet in de wachtkamer voor een chemo, stel je dat jezelf eens voor”. Ik neem het ze niet kwalijk. Alleen zij, die zich herkennen in mijn schrijven, weten waar ik het over heb. En dat opbeurende woorden niet genezen.

Het duurde zes weken tot ik mijn eerste stap uit bed zette. Ik had antidepressiva gekregen, maar de bijwerkingen waren zo ernstig, dat ik er na een week al mee stopte. Maar ik merkte dat ik opknapte van de zonsopgang, en ging dan naar buiten om in de zon te lezen; “Het geslacht Björndal”, omdat dat boek eigenlijk nog depressiever en donkerder was dan mijn geest. Langzaam knapte ik op.

Het bleef – Goddank- bij deze depressie. Niet dat mijn psyche daarna altijd constant bleef, maar ik wist er nu mee om te gaan. Het heeft me gesterkt en geleerd dat het leven de moeite waard is, en dat het -ooit- vanzelf weer wat beter gaat. En dat ik me niet schuldig hoef te voelen, door me zo te voelen. En dat mensen maar wat zeggen als ze zeggen: ‘Tel je zegeningen.’ En dat je dan probeert blij te zijn, dat zij niet voelen, wat jij voelt.

Want een depressie begrijp je niet, die voel je.

Everybody hurts, R.E.M

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s