Op elk potje…

potje

Bert is mijn collega. Al bijna 25 jaar. Ik spreek hem niet vaak, want ik zit op kantoor en hij zit meestal op de weg. Maar elke werkdag, om een uur of 15:00, zie ik hem in één draai zijn vrachtwagen achteruit het dock in rijden. Niemand kan dat zo snel en secuur als hij. Bert vertelde vanmiddag, leunend tegen mijn bureau, dat hij binnenkort met pensioen gaat. Ik moest even aan het idee wennen, ik wist niet dat ‘ie al op die leeftijd was. Ik ga hem missen.

Bert is altijd een beetje verlegen. Of onzeker. Stiekem houdt hij wel van een praatje, maar begint nooit uit zichzelf. Meestal komt hij mijn kantoor binnen om iets te kopiëren. Dat doen wel meer mensen, maar als Bert komt kopiëren, is het niet te missen. Bert heeft namelijk een luidruchtig ademhalingssysteem. Een overblijfsel van het vele roken. Als hij inademt, hoor je de zuurstof als het ware door zijn rossige snorharen suizen. Alsof die snor als een soort verdedigend duinlandschap fungeert omdat het zoveel wind tegenhoudt en hij daarom extra hard de lucht moet insnuiven. Vaak ademt hij dan ook met open mond uit, waardoor het een beetje roggelt.  Ik denk niet dat iemand ooit tegen hem heeft gezegd dat het niet zo bijster aantrekkelijk klinkt. En dat is misschien ook wel de reden dat Bert tot aan zijn 55e vrijgezel is gebleven.

Bert ging op zijn 55e op skivakantie. Dat deed ‘ie elk jaar, maar na deze vakantie stond hij wel heel onrustig tegen mijn bureau aan te wiebelen. Mijn pennenkoker viel er zelfs van om. “Wat zie je er goed uit Bert, hoe was het?” vroeg ik, want ik merkte dat Bert nu echt iets spannends moest vertellen en dat had ‘ie.  Bert had iemand ontmoet; een Française. Susanna heet ze en hij zou haar over een maand in Frankrijk gaan bezoeken. Bert deed er een beetje laconiek over, maar ik merkte aan mijn bureau dat inmiddels hevig aan het schudden was,  dat de vlinders door zijn lijf gierden en hij stapelverliefd was.

En zij op hem. Susanna deed namelijk waar geen vrouw in geslaagd was: Ze keek dwars door hem heen. Ze ergerde zich niet aan zijn verduisterende brillenglazen. Ook bekommerde ze zich niet over zijn krullende neusharen die frivool uit zijn neus piepten, nee, ze zag HEM; een lieve man die niets liever wilde dan een lieve vrouw die met hem het leven wilde vervolgen. Susanne wilde dat. Het duurde dan ook niet lang of de snor was geschoren en Bert in een glad overhemd met mooie spijkerbroek was gehesen. Susanna had een ruwe diamant gevonden, én geslepen.

Bert hoopt van de zomer 65 te worden en gaat dan vervroegd met pensioen. Hij verlaat dan dit koude kikkerland en ruilt het in voor een prachtig huis op een zonnige heuvel ergens in Zuid Frankrijk, om nooit meer terug te komen. Bert heeft weliswaar 55 jaar op de liefde van zijn leven moeten wachten, maar het was het wachten waard.
Hij laat ons achter op een suf kantoor waar elke dag hetzelfde is én blijft.
Stikjaloers.

“I still haven’t found what I’m looking for.”   U2
*But Bert has

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s