Geen grapjes in de apotheek

Apothekerskruis-voorbeeld-lijnen

Het is de middag voor Kerst als ik in de apotheek zit te wachten. Het is druk en er zijn maar liefst twaalf wachtenden voor mij. Zelfs achter de dagcrempjestoonbank was een balie geïmproviseerd om de wachtrij te verkorten. Wellicht heeft de drukte met Kerst te maken; de tijd waarin alles gezellig moet zijn, wat soms lastig is en waarbij men wel wat hulp kan gebruiken van hoofdpijnpoedertjes en tranquilizers.

Ik had mezelf op de hoek van de grote rode bank geplaatst. Er was nog ruimte voor anderhalve bil, dus ik ging een beetje schuin zitten. Achter mij, voor de toiletten, was een gesprek gaande tussen een oudere dame en een meneer van middelbare leeftijd. De dame was zeer welbespraakt en gebruikte dure woorden als ‘onoverkomelijk’ en ‘inherent’. Uit haar mond klonk het extra deftig dus ik vermoedde dat ze vast hofdame moest zijn geweest, of hartchirurg.

Het viel me op dat de dame voornamelijk aan het woord was en de meneer niet echt in de mood voor een gesprek.
“Heeft u nog plannen deze dagen, meneer?” vroeg de dame door.
“Neuh, niet zo”, antwoordde hij gesloten.
Weet u” sprak de dame bits “ik zou blij zijn als het weer januari was, ik heb toch zo’n spúúghekel aan de Kerst”.

Ik schrok een beetje van deze onverwachte wending naar normaal taalgebruik, waardoor ik mijn oor -hoe schandalig ook- nog meer te luister legde. De man mompelde wat terug en daarna was het stil. Alsof de dame eindelijk begreep dat de man geen zin had in het praatje. Vervolgens wendde ze haar gezicht naar de wc-deur en riep ineens:
“Zeg, ben je nou nog niet klaar op de wc? Of heb je soms een kurkentrekker nodig?

Ik visualiseerde het grapje en probeerde mijn lach discreet in mijn vuistje te dempen. Maar toen ik zag dat de timide man ook moeite had zijn lach in te houden, explodeerde mijn ingehouden hilariteit alsnog als een ballon op een cactus. Er kwam een mevrouw -ik vermoed haar dochter- uit het toilet die onze geplooide gezichten zag. Ze vroeg wat er zo grappig was. Ik vertelde dat de oudere dame een heel leuk grapje had gemaakt. De dochter moest er ook hard om lachen, maar de oude dame was duidelijk not amused. De dochter kwam even naast me zitten en fluisterde: “Ze is vaak heel grappig, maar soms ook helemaal niet, ze heeft geen rem meer. Het is het gezicht van dementie”.

De pret zweeg subiet.

Als ze vertrekken hoorde ik de oudere dame tegen de ‘dochter’ zeggen:
Zat je me soms belachelijk te maken?”
“Nee, we lachten enkel om uw grapje”
“Welk grapje?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s