Tel je zegeningen

silver lining

‘Als ik jou zo hoor, wil ik ook scheiden’. Vriendin Dieke zat tegenover me aan haar derde rode wijn. Dieke en ik zijn al lang vriendinnen. Soms spreken we elkaar bijna een jaar niet, maar als we elkaar zien gaan we altijd weer verder waar we gebleven waren, zonder elkaar iets kwalijk te nemen.

Ik had Dieke net verteld hoe mijn leven er als gescheiden vrouw uitzag. Dat ik het stiekem heerlijk vond als de meiden voor het weekend werden opgehaald en ik dus tijd voor mezelf had. En voor vrienden. En voor de liefde. En hoewel ik Bink regelmatig een week niet zie, brengen we die paar dagen die we wél samen hebben, intensief door. We hoeven met niets of niemand rekening te houden kortom: blanco planning en alleen doen waar we zin in hebben.

‘Ik heb nooit tijd voor mezelf’, verzuchtte Dieke. ‘En de laatste keer dat Wilbert en ik uit eten zijn geweest, was tijdens onze laatste trouwdag. Na het nagerecht waren we het zo zat, dat we alsnog om half 10 op bed lagen. Bleek ook verstandig, want de meiden werden al om half zeven wakker. Echt, het leven valt me soms zo tegen. Ik ben zó ontzettend moe’. Ze begroef haar hoofd in haar handen en ik zag haar schouders schokken.

Ik schrok een beetje. Ik dacht even aan de openingszin van Tolstoj’s Anna Karenina: ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar…’. In mijn beleving had Dieke zo’n gelukkig gezin. Haar Instagramfoto’s logen er niet om. Met z’n allen raften in Tjechië, naar de Efteling, dagje Scheveningen, met z’n viertjes in bed verjaardagskadootjes uitpakken, patatjes eten op zaterdagavond. Dingen die bij mij nu altijd anders zijn. Dieke plaatste foto’s die me aan het hart gingen. En hoezeer ik het Dieke ook gun, soms kon ik er niet naar kijken.

Ik vertelde Dieke dat ik op mijn beurt soms best jaloers op háár ben. Ze heeft een vent die haar op handen draagt en twee prachtige dochters. Het lied: ‘Tel je zegeningen’ kwam in me op, maar het was niet het moment om vroom te gaan doen. Dieke keek me met glazige ogen en een vuurrood gestipte hals aan. ‘Meen je dat? Jij jaloers op mij?’

‘Ja’, ging ik verder. ‘De enige die ’s avonds laat tegen mij op de bank komt liggen, is Joep de kat. Ik slaap met een voedingskussen in bed, omdat ik iets mis om tegenaan te kruipen en ik heb zelfs in de zomer twee dekbedden over mijn bed, omdat ik anders niet op temperatuur kom.  En dan ’s avonds bij het eten, is er niemand die vraagt hoe mijn dag was, of voor me kookt. Natuurlijk zijn mijn meiden er wel, maar die eisen ieder hun eigen aandacht op. Meestal door te klagen over mijn kookkwaliteiten of als ze weer eens een banaan in hun oor hebben. Er is niet een man die het voor me opneemt en zegt: ‘Oke, nu is het afgelopen, eet je bord leeg en allebei zeven uur naar bed’.

Dieke kwam weer een beetje bij. ‘Ja, je hebt ook wel gelijk. Wilbert is een schat. Misschien zie ik dat niet altijd in. Maar als je het niet erg vindt, ga ik nu, want morgen kan ik weer niet uitslapen. Wat ga jij doen?’
Ik vertelde maar niet dat Bink had geappt dat hij bij mij thuis de open haard had aangestoken en alvast een fles wijn had losgetrokken.

‘Ow, niets bijzonders’, antwoordde ik ergens wel naar waarheid. ‘Netflixen ofzo’.

 

 

‘Tel uw zegeningen’   Lied 256, bundel Johannes de Heer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s