De bakker met de verkleumde klanten.

anton-pieck-broodzaak1

In ons dorp zit een bakker. Een echte warme bakker en ook een hele goeie. Hij is begin twintig en snapt het vak: terug naar de ambacht, met goed brood en de beste ingrediënten. Alleen, het is geen vroege vogel. ’s Ochtends om half 9, als ik de kinderen naar school breng, staan er al een handjevol mensen te wachten totdat hij opengaat. Stipt half 9. Geen minuut eerder, soms wel een paar minuten later.

Sinds ik manloos overleef, en niet heel erg van brood hou, vergeet ik weleens vers brood te kopen. Tot ergernis van de oudste dochter, die er wel van houdt en inmiddels al heel goed doorheeft wat het verschil is tussen vers bakkersbrood en supermarkt brood. Ze eist wil dus dat ik brood haal, bij de warme bakker. Alleen gaat het jonge bakkertje, niet voor schooltijd open.

Als ik langsloop zie ik verkleumde klanten, keuvelend de ramen beslagen blazen. Ongetwijfeld werkt deze weemoed saamhorigheid in de hand. ‘Koud hè?’, zullen ze tegen elkaar zeggen. Of: ‘Snap jij nou waarom deze bakker niet gewoon om acht uur opengaat?’
Misschien mag het niet eerder van de winkeliersvereniging?
‘Welnee, de slager is ook allang open’.
Zeg jij er wat van?
‘Nee joh, zo erg is het wachten ook weer niet’.
Nee, je hebt gelijk, er zijn ergere dingen, had ik je al verteld over mijn perniones?
Oh ja, dat zei je onderlaatst, hoe is het ermee?

Vriendschappen worden gesmeed daar, in de openluchtwachtkamer van de bakker.  Velen zullen inmiddels verzoend zijn met het lot dat de bakker niet eerder open wil gaan. Ik ben dat niet. Ik ben niet zo geduldig, misschien komt het door mijn geboren ondernemersbloed, maar hiervan krijg ik plaatselijk jeuk op mijn hoofd. Ik vraag me af wat er in de bediende omgaat. Zou ze ooit een keer tegen de bakker hebben gezegd: ‘Frits, luister eens, er staan al klanten voor de deur, zal ik ze alvast binnenlaten en kassa gaan draaien, in plek van de rollen beschuit bijvullen?’ Of zou ze denken: ‘Jullie kunnen me wat, half negen is half negen, punt uit’.

Het is bijna Kerst en terwijl de hele winkelstraat verlicht is met krullende lichtbogen, heeft het bakkertje slechts één lantaarn met één adventskaars buiten opgehangen. Toen ik een keer heel vroeg langskwam, zag ik de bediende stiekem de kaars aansteken. Dat vond ik mooi. Dat deed ze vast voor de verkleumde klanten. Ik moest een beetje denken aan het sprookje: Het meisje met de zwavelstokjes. Toen ik weer terugfietste van school, zag ik de horde wachtenden bij elkaar staan, hun neuzen wat verlicht door het warme kaarslicht. Het leek wel een Dickenstafereeltje en dat sfeertje was zo mooi, dat ik besloot me in het gezelschap te mengen.

Maar toen ik de fiets op de standaard zette, gingen net de deuren open, 13 seconden voor half negen.

“Ironic”   Alanis Morisette

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s